Archeologie

Archeologie

Zuidwest-Drenthe en vooral het gebied rond de Havelterberg is rijk aan archeologische vondsten. Archeologie is in de regio overal zichtbaar. Het OERmuseum onderscheidt zes archeologische parels in Zuidwest-Drenthe:


1. hunebed van Diever

2. hunebedden van Havelte

3. Eupen Barchien in Uffelte

4. de steenkist van Diever

5. Koelingsveld in Vledder

6. de spieker van Lhee

hunebed van Diever

Hunebed van Diever

Periode: Trechterbekercultuur, 3400-2800 v. Chr.

Ten noordoosten van Diever, op de zuidrand van de Hezen Esch, langs de Groningerweg, ligt het hunebed D52. Dit hunebed is een van de weinige dat al in de 17e eeuw vermeld wordt op een kaart. Van burgemeester S.J. van Royen is in 1818 de mededeling dat in een van de dekstenen een grote mensenhand is gegraveerd. Deze hand moet aan zijn fantasie ontsproten zijn want hij is nu onvindbaar. Op 6 januari 1855 wordt aan het Rijk gemeld dat op de Heezeresch in een akker van Hendrik ter Mast een hunebed ligt.

Op deze akker stond bij een huisje een schuur, waaronder stenen van een hunebed liggen. Het Rijk besluit op 20 oktober 1871 de akker en het hunebed aan te kopen. Voor de afbraak van de schuur en de aankoop van het hunebed betaalt het Rijk 100 gulden. Prof. Van Giffen beschrijft het hunebed in zijn standaardwerk “De Hunebedden in Nederland, 1925-1927”: ”Het hunebed verkeert in geheel vervallen staat, zoodat zelfs enkele grove hoofdbijzonderheden nauwelijks herkenbare zijn; het geheel is dan ook niet meer reconstrueerbaar. De laatste sporen van een vroegeren dek- of mantelheuvel zijn vrijwel uitgewischt”.

Hunebedden van Havelte

Hunebedden van Havelte

Als de jonge archeoloog Albert Egges Van Giffen in 1918 met veel enthousiasme begint aan zijn hunebedopgraving, ligt het grootste Hunebed van Havelte er slordiger en uitgezakt bij.


Met behulp van Belgische geïnterneerden uit de Eerste Wereldoorlog wordt elke steen precies in kaart gebracht en het takel- en sleepwerk uitgevoerd. Als de dekstenen weer op hun oorspronkelijke plaats liggen kan de grafkelder zonder gevaar voor instorten worden opgegraven. Daarbij wacht hem een grote teleurstelling. Niets ligt meer op zijn oorspronkelijke plek. De onderwijzer Bakker uit Havelte en Ahrend Pol uit Veendijk hadden in 1830 de hele inhoud al doorgespit op zoek naar munten. Ondanks deze rampzalige verstoring kunnen ruim 10 manden met scherven van trechterbekeraardewerk uit de grafkelder worden geborgen. Daarnaast worden de nodige andere vondsten gedaan, waaronder kralen van barnsteen en git, evenals enkele bijlen en crematieresten.

D53 is het op een na grootste hunebed van Drenthe en wordt jaarlijks door tienduizenden bezocht. De enorme hoeveelheid aardewerk uit dit hunebed heeft een belangrijke rol gespeeld bij het indelen van de Trechterbekercultuur in verschillende fasen. Het hunebed is gebouwd rond 3300 voor Chr. en daarna gedurende de gehele trechterbeker periode gebruikt als grafkamer. Onderzoek heeft uitgewezen dat zo’n 135 doden in dit hunebed zijn bijgezet. Niet veel voor zo’n lange periode dat het hunebed in gebruik is geweest. Tussen het weinige verbrande botmateriaal bevonden zich ook twee berenklauwen. Het is onduidelijk of het hier om jachttrofeeën gaat. De grote hoeveelheid achtergelaten vaatwerk in D53 is kenmerkend voor de inhoud van de meeste hunebedden. Het weerspiegelt een gevarieerd grafritueel. Waarbij aardewerken potten, soms hele serviezen, aan de doden werden meegegeven.

Eupen Barchien in Uffelte

Eupen Barchien in Uffelte

Periode: Midden bronstijd, circa 1500 v. Chr.

Het Eupen Barchien, gelegen aan de Uffelter Kerkweg, mag zich verheugen op een interessante reputatie. Al meer dan een halve eeuw geleden stond het bij oude inwoners naast de bovengenoemde naam bekend als “Spoekbarchien” of “Klöppersbarchien”. Het spookte er even erg als op de kerkhoven van Havelte en Uffelte. Niemand waagde zich er ’s nachts; er branden “lochies” en Uffelters hadden het gezegde: “As ’t règn’t en de zunne schient, dan bakt de heks’npannekoeke’n op ’t Klöppersbarchien”.

Dit was voor de uit Havelte afkomstige jonge archeoloog Harm Tjalling Waterbolk geen beletsel om samen met zijn maatje Willem Glasbergen de schop in de grond te zetten. In de maand juni van 1946 werd de heuvel geheel open gegraven volgens de kwadrantenmethode van hun leermeester prof. A.E. van Giffen. Met deze methode wordt telkens een kwart van de heuvel laag voor laag weggegraven en blijft een smalle verticale doorsnede tussen de sectoren staan. In de bodemverkleuringen op deze profielen is de heuvelopbouw af te lezen.

De grafheuvel is in de Midden-Bronstijd opgeworpen. Oorspronkelijk voor 2 overledenen die centraal in de heuvel, op hun rug liggend, op het bodem niveau zijn neergelegd. Bij opgraving waren alleen de lijksilhouetten nog zichtbaar, afgetekend in de bodem. Bij één van de twee lag aan de linkerschouder een sterk geoxideerde bronzen kokerbeitel.

De steenkist

De steenkist van Diever

Periode: Trechterbekercultuur, 3400-2800 v. Chr.

Albert Egges van Giffen, het zoontje van de dominee in Diever, zal nooit het moment vergeten dat er voor zijn ogen bij de Ossekoele aan de Groningerweg, iets voorbij het hunebed, urnen werden opgegraven. Hij heeft honderden malen langs de twee merkwaardige heuvels gelopen die iets verderop langs het zandpad liggen dat naar het stukje heidegrond van zijn vader voerde. Het “spittertien” zoals hij later genoemd zou worden, zet in de zomer van 1929 de schop in de noordelijke heuvel. Hij is dan geen schooljongen meer en heeft z’n biologiestudie gewijzigd naar archeologie en promoveerde in 1912 cum laude op het onderwerp ”Fauna van de terpen”. Sinds 1920 was hij directeur van het door hemzelf opgerichte Biologisch-Archeologische Instituut in Groningen. Hij ontdekte onder andere een door trechterbekermensen gebouwde steenkist.

Koelingsveld

Koelingsveld in Vledder

Periode: Late bronstijd – Vroege ijzertijd 1200-500 v. Chr.

In het Koelingsveld, bij Vledder ligt een van de grootste urnenvelden van Noordwest-Europa met grafheuvels uit de late bronstijd en ijzertijd. Het grafveld is vanaf de late bronstijd, 1100 voor Christus, in gebruik genomen toen men voor het eerst overging op lijkverbranding. De crematieresten werden soms in een urn begraven. In het midden van het urnenveld werden de restanten van verschillende bouwwerken aangetroffen. Het veld is volledig opgegraven in 1937.

Honderden jaren liggen de graven onaangeroerd in de heide. In eindeloze rust. De meeste afgedekt met een lage heuvel, totdat schapen het plantendek stuk trappen en de wind vat krijgt op het zand. Zo vindt de amateurarcheoloog H.J. Popping hier de eerste urnen, waarna hij zijn vondst meldt aan de bekende Groningse archeoloog prof. Dr. A.E. van Giffen. In de zomer van 1937 wordt door Van Giffen een groot oppervlak van paars in geelwit omgetoverd door middel van een opgraving.

De spieker

De spieker van Lhee

Periode: Middeleeuwen, ca. 1200

Als vader Barkhuysen in 1953 zijn zonen Erik en Folkert in allerijl op de fiets naar prof. Van Giffen ziet fietsen, kan hij z’n ongeduld bijna niet bedwingen. Al eerder heeft hij de professor vondsten getoond van ijzertijdscherven en crematieresten die hij naast zijn woning in Lhee had gevonden. Nu zijn ze op die plaats bij het graven naar zand voor herstel van de wegen op een concentratie van grote stenen gestuit. Jan Lanting, de voorgraver, wordt erop af gestuurd. Het geheel lijkt hem wel het fundament van een kerkje.

In 1953 wordt de plek iets verder uitgegraven. In 1954 volledig. Met grote en kleine veldkeien en leem als voegmiddel is een fundament gebouwd dat onder het maaiveld moet hebben gelegen. De muren lopen door tot in de lemen ondergrond, zijn 80 tot 100 cm dik en laten in het midden een rechthoekige ruimte vrij van 4 bij 6 meter. De bodem ligt zo’n meter onder het maaiveld. In de noordwesthoek bevindt zich de toegang naar de kelder, want dat is wat het feitelijk is. Op de stenen fundering heeft waarschijnlijk ooit een houten gebouw gestaan, dat wellicht zelfs meer dan één verdieping kende.

OERmuseum

Brink 7, 7981 BZ Diever

tel. 06-2680 2024

tijdens openingsuren: 0521-571412

In Zuidwest-Drenthe is het verleden nog te bewonderen, variërend van hunebedden tot grafheuvels.

©copyright OERmuseum.nl / All Rights Reserved 2022

nl_NLDutch